Screens don’t hug, don’t kiss

Samengekomen met een 6 tal mensen uit diverse sociaal-maatschappelijke organisaties hebben wij nagedacht en gesproken over zingeving en geluk. Is geluk hetzelfde als zingeving? Wat komen we tegen in ons eigen leven en werk?

Vanuit een artikel in NRC, geschreven door de Amerikaans-Iraanse psycholoog Esfahani, zijn we eens nagegaan hoe mensen in Nederland, en vooral ook wijzelf, omgaan met geluk en zingeving.

Van betekenis zijn, een doel hebben, belangrijk zijn voor anderen, anderen kunnen laten delen en zelf kunnen delen, allemaal thema’s die langs kwamen.
Daarnaast een diepgaande uitwisseling over afhankelijkheid en onafhankelijkheid, vrijheid en autonomie, over eenzaamheid én… jawel: mobieltjes.

Wat voor functie hebben mobieltjes en sociale media in het geven van zin?
Bij mij kwam op, dat de schermen die wij in de moderne wereld tussen ons in geplaatst hebben onze relaties kunnen versterken, maar ook kunnen belemmeren. De manieren waarop wij zin geven aan ons leven zijn volgens talloze onderzoeken gebaseerd op een aantal uitgangspunten: een doel hebben, weten en voelen dat je gezien wordt, iets doen voor en met anderen op aangename wijze, je opgenomen voelen in iets dat groter is dan jezelf alleen.

Schermen tussen mensen, onzichtbare en fysieke schermen tussen mensen zijn van invloed op de manier waarop we naar onszelf, de ander en naar wat groter is dan jezelf kijken.

Soms wordt een mens al aangeraakt als iemand maar naar hem kijkt. Een scherm kan je beschermen voor boze blikken of boze woorden, maar het kan je ook beschermen tegen al te grote kwetsbaarheid, zowel aan de ene kant van het beeldscherm, als aan de andere kant. Iemand die je een verhaal vertelt via de telefoon, de whatsapp, de computer, staat toch meer op afstand, dan iemand die dicht bij je is, in een huis of in een kamer. En tegelijk: het scherm kan je niet omhelzen, kan je niet kussen: het scherm kan je uitzetten, maar is toch iets anders dan fysiek een mens loslaten of achterlaten, kussen of omhelzen.
Jongeren lijken soms gemakkelijker – of op meer natuurlijke wijze – nieuw evenwicht in te vinden tussen echt en beeldcontact. Voor ouderen zijn de media, met hun beeldschermen soms verbindend, soms ook een schreeuw om hen niet te vergeten, om gezien te blijven en haast letterlijk “in beeld te blijven”: sociale media kunnen dus bijdragen aan bestrijding van eenzaamheid, alleen zijn en gevoelens van er niet meer bij horen, maar zij kunnen ook een onderliggend verlangen verraden: blijf mij zien! Laat mij niet alleen want: het scherm omhelst mij niet, en ik kan het scherm niet omhelzen: dat kan ik alleen ervaren met een mens die bij me komt, mij ziet, mij waardevol vindt, met wie ik me verbonden weet: of het nu gaat om familie, vrienden, vrijwillligers of profesionals: ik word of ben pas iemand als ik in relatie sta met een ander (vgl. Levinas/Buber).

Tussen beklemming en ruimte, tussen vrijheid en afhankelijkheid ligt soms maar een dunne scheidslijn die door ieder mens anders wordt gevoeld of ervaren. Wat voor de één een ruimte van verbondenheid is, kan voor de ander een ervaring van beklemming zijn. Ik zou willen betogen dat de scheidslijn tussen deze ervaringen zo dun is als een beeldscherm én zo persoonlijk als ieder individu het ervaart of beleeft: en juist dát lijkt de zin of betekenis te kunnen vergroten of verkleinen, waardoor iemand meer of minder zinvolheid ervaart.

Aan het einde van mensenleven worden we ons misschien soms meer bewust van de dunne scheidslijn. Professionals en vrijwilligers zien soms de diepe pijn en eenzaamheid van het niet-verbonden zijn met geliefden, familieleden en vrienden, zij zien regelmatig hoe en waarom mensen niets meer kunnen, en in een web van ongewilde afhankelijkheden de zin in het leven verliezen: sóms kan een beeldscherm dan helpen… als je nog één keer je dochter of zoon in Australië kunt zien en spreken via Skype of Facetime, maar soms duiden die beeldschermen helaas ook op iets anders: ik lijk verbonden, maar ik zou willen dat jij mij zou kunnen omhelzen en ik jou, en dat we elkaar dan in liefde verbonden, los zouden kunnen laten, om onze eigen weg te gaan, naar het einde én voorbij het einde.

Misschien is een fundamentele vraag bij zingeving wel: wat betekenen relaties en mensen voor ons en individueel: hoeveel verbondenheid en vertrouwen wil ik in mijn leven aangaan en schenken? Kunnen we negatieve ervaringen overwinnen door – ook als we ouder en afhankelijker worden – goede nieuwe ervaringen op te doen en ánders naar onszelf, de ander en de wereld om ons heen te kijken.

Over de auteur

Remy Jacobs

Remy Jacobs (1969) is geestelijk verzorger, dichter en acteur en tien jaar werkzaam binnen de ouderenzorg. Binnen deze context doet hij op verpleegafdelingen veel ervaringen op met verhalen van dementerende ouderen en hun naasten. Verhalen over leed en vreugde, kleine sprankjes hoop en veel bereidheid van medewerkers en naasten om veel kracht, tijd en energie te geven aan oude mensen met grote kwetsbaarheid. De omgang met lijden en de duiding van het lijden is een onderwerp dat Remy al sinds zijn opleidingstijd bezig houdt en waaraan hij in woord en geschrift en op toneel vorm aan wil geven. Daarbij houdt hij een warm pleidooi voor de humanisering van de zorg; elke mens telt, omdat wij allen mensen zijn.

close

Meld u aan voor onze nieuwsbrief!

en blijf op de hoogte van het laatste nieuws rondom Ideon