Eenzaamheid

symptoom van een vergeten kunst.

In Nederland zijn vele mensen volgens onderzoek van Jenny Gierveld, Anja Machielse en het SCP het het CBS eenzaam. Het gaat dan niet alleen over ouderen, waarop de laatste jaren veel focus van beleidsmakers rust, maar ook over jongeren en mensen in de “middenleeftijd”. Wanneer eenzaamheid wordt aangesproken, als de negatieve ervaring van niet-verbondenheid of van isolement, of als gevoel van “overal-alleen-voor-staan”, dan voelen velen zich eenzaam.

De ervaring van je niet-verbonden-weten met andere mensen en het gevoel overal-alleen-voor-te-staan heeft mijns inziens naast maatschappelijke en sociale invloeden ook te maken met een dieperliggende en dieper wortelende crisis in onze maatschappij. Dit noem ik de crisis van het individualisme dat geen andere mensen naast zich duldt, of naast zich toelaat.

Ik geef een schrijnend voorbeeld: Nog niet zo lang geleden had Matthijs van Nieuwkerk vier kinderen in de leeftijd van 11 tot 15 jaar aan tafel. Zij waren – zo bleek – vergroeid met hun I Phones. De nieuwe manier van communiceren die zij met hun IPhone beleven is er één van ultiem individualisme. Ik hoef een ander niet meer te zien, te ruiken, te voelen, aan te raken, om contact te maken. Nee, ik kan door middel van een schermcontact voldoende informatie ophalen voor mij alleen. Het was schrijnend om te zien hoe afhankelijk de kinderen van hun scherm zijn en hoe zij  niet meer in staat zijn op normaal menselijke manier met anderen te spreken. Er leek bijna – althans in mijn beleving – een totaal scherm voor hun eigen emoties te zitten. Natuurlijk heb je daarvoor geen telefoon nodig, geen scherm nodig, maar schermen bevorderen niet het menselijke fysieke contact en voor velen lijkt dit ook niet langer nodig.

De vraag hoe eenzaam mensen worden door het gebruik van louter schermcontacten laat ik hier even in het midden. Ik heb al eerder geschreven over de “derde aan tafel”. Wanneer je ergens in een restaurant zit zie je regelmatig, zo niet dagelijks, koppels die alleen nog communiceren via een scherm, en meestal is er “een derde” persoon aan tafel door het scherm heen. Hoe intiem kan een etentje nog zijn? Hoe alleen moet je je wel niet voelen dat je dit nodig hebt, terwijl je partner naast je of tegenover je zit? Of moet ik de vraag stellen: Is dit het nieuwe “samen”?  Het nieuwe “Wij”?

De persoonlijkheid gaat in het individualistische concept verloren achter het doorgeslagen individu dat geen concrete spiegel van de ander meer nodig lijkt te hebben. De gedachten van Buber en Levinas dat werkelijk leven in de ontmoeting bestaat, zijn blijkbaar niet langer geldig. De eenzaamheid neemt toe.

De Nederlandse priester Henri Nouwen heeft behartenswaardige dingen over eenzaamheid geschreven. Hij stelt dat alleen-zijn en je van tijd tot tijd terugtrekken op jezelf, niet slecht is. Het is een mogelijkheid om lege ruimte op te zoeken die ertoe dient creatieve processen opnieuw in gang te zetten. Door ruimte te maken in jezelf, kun je de ander ook weer vrij ontmoeten en ontstaat gemeenschap. Deze gemeenschap is niet verpletterend of onvrij beklemmend, maar juist vrij in de zin dat personen die in hun eigen schoenen staan elkaar met innerlijke vrijheid ontmoeten.

Een andere weg die Henri Nouwen beschrijft is dat mensen eenzaam worden en deze eenzaamheid is pijnlijk. Omdat mensen niet in staat zijn hun alleen-zijn om te vormen tot iets creatiefs. Ze raken in zichzelf verstrikt, in hun eigen pijn en in hun eigen lijden. Daardoor wordt het lijden nog eens vergroot. Mensen die diep eenzaam zijn kunnen zich vastklampen aan anderen en anderen volledig opeisen. Zij willen dat de ander er alleen voor hen is, er is geen ruimte, relaties worden beklemmend en zij spatten uiteen.

Uiteindelijk zegt Henri Nouwen is het van belang om je eenzaamheidsgevoelens te bestrijden door je ervan bewust te worden dat er een liefde bestaat, die aan jou voorafgaat. Een liefde die tegen jou zegt: Je bent bemind, je bent geliefd en je bent gekend. Wanneer je je meer en meer – soms in een levenslang proces hiervan bewust wordt en je deze liefde toe eigent, kun je meer en meer je eenzaamheid aanvaarden, en het  “alleen-zijn” niet tot pijnlijke eenzaamheid laten worden maar verbinden met een groter geheel waarvan jij onderdeel bent.

Dit is precies wat ik zou noemen: spiritualiteit van de verbinding. In verbinding zit het woord religie. Religie is verbinding zoeken. Zoals communicatie zou mogen bestaan uit het zoeken van verbinding, maar dan op een diepe, existentiële laag van geliefd zijn.

Misschien is in die zin eenzaamheid wel het symptoom van een vergeten kunst: namelijk de kunst van het verbinden in het geloof dat de ander geen bedreiging voor me zal vormen. De ander, het andere, hoeft mij niet in mijn persoonlijke individualiteit te belemmeren of te beangstigen. Wanneer dit wel gebeurt, is het niet verwonderlijk dat mensen afstand nemen van elkaar. Liefde, verbinding in liefde laat vrij en maakt vrij. Is dat niet een kenmerk van werkelijke religie? Dat liefde mensen met elkaar verbindt? Een kenmerk van gemeenschap.  

Dan is dus de vraag in hoeverre schermen helpen bij het overwinnen van onze angsten voor de ander, of deze angst juist vergroten. Schermen schermen niet iets af? Namelijk onze diepste angst om ons werkelijk met een ander te verbinden in goede tijden en slechte tijden? Schermen kunnen een ideaal verdedigingsmechanisme vormen voor een op zichzelf gericht angstig individu, dat diepere verbinding mijdt.   

Misschien is eenzaamheid ook nog wel het symptoom van een andere vergeten kunst: namelijk de kunst van het sterven. Uiteindelijk sterft elk mens alleen. Niemand sterft samen met iemand. Er is geen symbiose in het sterven. Ultieme eenzaamheid is het sterven. Alle eenzaamheden die een mens leert uithouden tijdens het leven kunnen een oefening worden in het ultieme moment van eenzaamheid.

Misschien kan dan de aanwezigheid van een andere mens jouw eenzaamheid verlichten omdat je weet: ik ben er, de ander is er, en dat is goed zo… Concrete levende mensen om je heen, een konvooi van verbindingen, onbelemmerd door schermen of angst. Verbinding in liefdevolle vrijheid maakt overgave mogelijk. Volgens mij is dat een vergeten spirituele kunst.

Over de auteur

Remy Jacobs

Remy Jacobs (1969) is geestelijk verzorger, dichter en acteur en tien jaar werkzaam binnen de ouderenzorg. Binnen deze context doet hij op verpleegafdelingen veel ervaringen op met verhalen van dementerende ouderen en hun naasten. Verhalen over leed en vreugde, kleine sprankjes hoop en veel bereidheid van medewerkers en naasten om veel kracht, tijd en energie te geven aan oude mensen met grote kwetsbaarheid. De omgang met lijden en de duiding van het lijden is een onderwerp dat Remy al sinds zijn opleidingstijd bezig houdt en waaraan hij in woord en geschrift en op toneel vorm aan wil geven. Daarbij houdt hij een warm pleidooi voor de humanisering van de zorg; elke mens telt, omdat wij allen mensen zijn.

close