Communiceren met zorggevers

Hoe vaak zie je op tegen een gesprek? En waar komt het door? Wat maakt een gesprek tot een ‘lastig’ gesprek? 

Er zijn vier manieren om een ‘lastig’gesprek aan te pakken: meebewegen, tegen-bewegen, weg-bewegen of judoën. Je kiest de manier die past bij het doel dat je wilt bereiken, rekening houdend met de situatie waarin je je bevindt. Maar wat je ook kiest het is belangrijk om eerst mee te bewegen en zo het gesprek open te houden en de ander het gevoel te geven dat je echt contact wilt maken.

Meebewegen doe je als je een relatie tot stand wilt brengen, de ander wilt motiveren of als je merkt dat er weerstand is. Je doet dit door goed te luisteren, samen te vatten en door te vragen (LSD), begrip te tonen en complimenten geven.

Tegen-bewegen doe je als als je een ander wilt overtuigen van jouw mening en als het om de inhoud gaat. Je doet dit door duidelijk te zeggen wat je van de ander wilt of door feedback te geven (‘Als u zo emotioneel reageert, dan wordt ik daar bang van en trek ik me terug. Als u wat rustiger reageert, kan ik met u meedenken.’)

Weg-bewegen
 doe je als  je de spanning wilt verminderen of er eerst meer informatie nodig is. Je doet dit door aan te geven dat je later op iets wilt terugkomen, door niet in te gaan op iets of door daadwerkelijk weg te gaan.

Judoën doe je om contact te houden en samen tot een oplossing te komen, bijvoorbeeld bij flinke weerstand. Je doet dit door iemand te bevestigen (‘U hebt helemaal gelijk’), te overdrijven (‘Zo te horen vindt u het hier helemaal niets’), oplossingen af te raden (‘Dit maakt het probleem alleen maar groter’) of je terug te trekken (‘Ik denk niet dat ik nog iets voor u kan doen.’)

SOFA- model
Een ander model dat kan helpen bij de communicatie is het SOFA-model. Het biedt inzicht in de verschillende rollen van een zorggever (zo noem ik mantelzorgers).

  • Samenwerken: wat kun je samen doen om de zorg en de ondersteuning van de cliënt zo goed mogelijk te organiseren. Je spreekt de zorggever aan in de rol van samenwerkingspartner, door bijvoorbeeld iemand te betrekken bij het opstellen van het zorgplan en te bespreken welke zaken de zorggever oppakt.
  • Ondersteunen: de zorggever aanspreken in de rol van medecliënt. Je let op de boodschap die iemand uitzendt, pikt signalen op en let op overbelasting. Je geeft informatie, biedt een luisterend oor of verwijst naar ondersteuning.
  • Faciliteren: voorwaarden scheppen om de relatie tussen de cliënt en diens familie zoveel mogelijk in stand te houden, door bijvoorbeeld de gewoontes van cliënt en zorggever te respecteren, rekening te houden met de privacy van beiden, mee te denken hoe ze hun relatie kunnen voortzetten.
  • Afstemmen: voortdurende communicatie over behoeften, zorgen en successen van cliënt en zorggever, dus de zorggever betrekken bij beslissingen, advies te vragen bij veranderingen, goed contact te onderhouden, klachten serieus te nemen.

In communicatie is ontzettend veel te leren. Weet dat nieuw gedrag eerst altijd onwennig voelt. Het is dus goed om met elkaar te oefenen.

Over de auteur

Anniek Kramer

Anniek Kramer is zelfstandig coach en adviseur op het gebied van HR. Via vrijwilligerswerk kwam zij in aanraking met dementie en ook haar beide –inmiddels overleden – ouders werden door de ziekte getroffen. Het boek ‘Op bezoek bij een dierbare met dementie, met ruim 60 ideeën om samen te genieten’, dat zij schreef samen met jeugdvriendin Marcelle Mulder, verscheen in februari 2016 bij Unieboek Spectrum. Zij blogt over wat ze treft en wat haar treft op het gebied van dementie.

close